Caritas Nieuwsbrief 82: Huilende baby's of visionaire aanpak in strijd tegen kinderarmoede? (januari-februari 2015)

 

Thema: Huilende baby's of visionaire aanpak in strijd tegen kinderarmoede?

 


 

Edito

Terreuraanslagen zijn terug van nooit weggeweest, ook bij ons. De aanslag op het Joods museum in Brussel lag weliswaar nog vers in het geheugen, maar naar Londen en Madrid was het al wat dieper graven, en de moord op Theo Van Gogh was stilaan iets voor de betere quiz-kandidaat.

Tot in Parijs quasi de volledige redactie van het satirische blad ‘Charlie Hebdo’ wordt uitgemoord. Net als enkele politieagenten overigens, en een aantal klanten van een joodse supermarkt. De klopjacht die er op volgt, is life op televisie te zien. Frankrijk is in het hart van de laicité getroffen. Emoties laaien hoog op, en plots is iedereen ‘Charlie’. Enkele dagen later verdringen politici zich in Parijs om op te eerste rij mee te stappen in een mars voor de vrijheid van meningsuiting en tegen de terreur.

Al snel verglijdt de discusssie naar wie wel, en wie niet mag opstappen. Marine Le Pen liever niet, Netanyahu en Erdogan dan weer wel. Sarkozy kan ook, maar alleen vanop de tweede rij. Politieke recuperatie en publieke emotie gaan vaak samen. Bijna terzelfdertijd worden in Nigeria 1500 mensen uitgemoord door Boko Haram. Jammer genoeg lagen er geen landingspistes in de buurt, zodat de politici niet ter plekke hun mars van Parijs konden herhalen…

Een week later verscheen ‘Charlie Hebdo’ opnieuw met de profeet Mohammed op de cover, en werd het plots ongemakkelijk schuifelen. Zonder al te veel nuances leek het er op alsof tachtig staatshoofden waren opgestapt om het recht te claimen om de profeet en daarmee het geloof van anderhalf miljard moslims te ridiculiseren…

In onze westerse cultuur met z’n scheiding tussen kerk en staat moet dit kunnen, en is het zelfs ‘bon ton’ om met politiek en geloof te lachen. In een geglobaliseerde context waarin de wereld een dorp is geworden, nemen we dan maar even gemakkelijk aan dat dat voor iedereen en overal moet gelden. Omwille van de politieke correctheid wordt er aan voorbijgegaan dat die visie niet overal gedeeld wordt. Overigens: in Thailand en Japan lach je best ook niet met de koning of de keizer.

En ook in onze contreien blijven er trouwens taboes overeind: enkele weken later stond het land in rep en roer omdat supporters (?) van Standard een tifo ontrolden met een onthoofde ‘overgelopen’ Anderlecht-speler op. De kranten schreeuwden moord en brand en de voetbalbond kondigde sancties aan. Dit kon namelijk – m.i. overigens terecht - niet door de beugel… Alleen, waar zit het verschil ?

Voor een goed begrip: geen enkele politieke moord kan worden gerechtvaardigd. Maar het ridiculiseren van het geloof van anderhalf miljard mensen verheffen tot icoon van de vrije meningsuiting brengt een beter begrip tussen bevolkingsgroepen allicht niet dichter bij.

Vanuit die optiek ‘je suis plutôt Achmed que Charlie’: Achmed, politie-agent en moslim die stierf terwijl hij het recht van anderen verdedigde om met zijn geloof te spotten. Of nog: ‘je suis Bakhtily: de Malinese moslim die zijn leven riskeerde om dat van Joodse bezoekers van de supermarkt te redden. Samen-leven zal alleen maar kunnen bloeien in een context van wederzijds respect.

En aan dergelijk wederzijds begrip en respect werken begint nog altijd bij ons zelf.
Een zinvolle reflectie voor de vastentijd die voor ons ligt.