Caritas cahier 7: Armoede en sociale uitsluiting

 

Voorzieningen als actoren tegen sociale uitsluiting

Voorzieningen in de welzijns- en de gezondheidssector hebben als éérste opdracht om goede en kwalitatief hoogstaande zorg te verlenen. Maar ze vervullen deze opdracht niet in een maatschappelijk vacuüm, integendeel. Voorzieningen zijn geen ‘technische werkplaatsen’ voor zorg, maar hebben ook een bredere, eigen opdracht, namelijk bijdragen tot een bredere ontplooiing van ieders kansen en, meer in het algemeen, tot het bevorderen van sociale integratie en het bekampen van sociale uitsluiting.

De zorg die in de voorziening wordt geboden, is op die manier een specificatie van de brede zorg die de samenleving voor haar burgers, die wij allen voor elkaar moeten opnemen. Zorg en solidariteit zijn op die manier wezenlijk met elkaar verknoopt. Niet voor niets hebben we ze in de opdrachtverklaring van Caritas Vlaanderen ook in één adem genoemd.

Voorzieningen zijn vaak ook ‘vindplaatsen’ waar we in contact komen met armoede en sociale uitsluiting. Er bestaat immers een duidelijke samenhang tussen armoede en gezondheid. Arm maakt ziek, en ziek maakt vaak arm. Op die manier komt vaak een bijkomende last te liggen op de toch al broze schouders van bewoners en patiënten.

Met deze Caritas Cahier willen we vooral de focus richten op de rol die voorzieningen kunnen spelen in de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting. We reiken daartoe niet alleen een aantal goede praktijkvoorbeelden aan, maar breken ook een lans voor het institutionaliseren van deze aandacht in elke voorziening, door het oprichten van aandachtscellen in (grotere) voorzieningen, dan wel door het aanduiden van aandachtspersonen (in kleinere voorzieningen).