Wie arm is, onderbenut gezondheidzorg

Mensen in armoede gaan maar de helft zo vaak naar de tandarts voor een preventieve controle dan anderen. Ze gaan ook minder naar de huisarts en vaker naar de spoeddienst, zo wijst een CM-studie uit. "Dat is in het nadeel van de mensen in kwestie. Maar ook voor de betaalbaarheid van ons model op de langere termijn vormt dit een probleem. Dit is een bijkomend signaal dat we de strijd tegen de sociale ongelijkheid in de gezondheidszorg moeten opvoeren. Daar wint iedereen bij", stelt CM-voorzitter Marc Justaert.

In 2010 en 2011 ging 20 procent van de mensen met een leefloon (en hun gezinnen) naar de tandarts voor een preventief mondonderzoek. Niet-leefloners deden dat dubbel zo vaak (zie figuur 2, bijlage p. 6). CM vond verklaringen hiervoor door de ervaring van haar diensten Maatschappelijk Werk aan te vullen met input van enkele armoedeverenigingen. De kostprijs speelt hier zeker een rol. Ook de vrees voor de prijs van een vervolgbehandeling (bvb. een beugel) speelt mee.

Dat kan vreemd lijken, want sommige maatregelen beperken de kostprijs voor tandzorg, zoals de gratis tandzorg tot de 18e verjaardag voor iedereen en de volledige terugbetaling van het mondonderzoek en tandsteenverwijdering voor mensen met verhoogde tegemoetkoming (o.a. leefloners) tussen de 18e en 63e verjaardag die het jaar ervoor ook naar de tandarts gingen. Maar ook het gebrek aan informatie speelt een rol. Mensen in armoede geven aan dat ze de regels niet kennen, vaak omdat de informatie niet bij hen geraakt of niet duidelijk gecommuniceerd wordt. Een laatste verklaring is wellicht dat mensen in armoede veel urgente problemen hebben waarvoor een oplossing zich opdringt, waardoor er minder aandacht is voor de preventie van mogelijke problemen in de toekomst.

 

Minder naar huisarts, meer naar spoed

Mensen in armoede gaan ook minder naar de huisarts (zie figuur 1, bijlage p. 4). 63 procent van de leefloners ging in 2011 minstens eenmaal naar de huisdokter, bij niet-leefloners was dit 9 procent meer. Dat ondanks het feit dat verschillende studies al aangeven dat mensen in armoede ongezonder zijn. Ook hier spelen bovenvermelde factoren een rol: vrees voor de kostprijs, de verwachte kostprijs van de opvolgbehandeling (bvb. medicatie, naar de specialist), en het gebrek aan informatie. Een lichtpunt in dit verband zijn ongetwijfeld de wijkgezondheidscentra: zij slagen er in om met hun laagdrempelig aanbod toch bijna 12 procent van de leefloners te bereiken.

Wie een leefloon ontvangt, gaat ook vaker naar de spoeddienst, dan wie geen leefloon krijgt (resp. 24 procent en 15 procent). Deze duurdere vorm van gezondheidszorg blijkt meer vertrouwen te krijgen van mensen met een leefloon. Dat daar de rekening niet meteen moet betaald worden, speelt ongetwijfeld een rol. Ook zijn de wachtdiensten van huisartsen nog niet overal even toegankelijk (alle verklaringen: zie bijlage p. 7-8).

 

Onderbenutting

De voorzitter van CM, Marc Justaert, maakt zich zorgen bij deze cijfers. “Mensen met een laag inkomen zouden, zoals elke Belg, naar de huisarts of tandarts moeten kunnen stappen wanneer dat nodig is. We kunnen het niet aanvaarden dat onze gezondheidszorg voor hen minder toegankelijk is”. Ook voor de betaalbaarheid van het systeem vindt CM de cijfers problematisch. “Ten eerste is voorkomen altijd goedkoper dan genezen. Voor elke euro die we investeren in preventie en een efficiënte communicatie daarvan, sparen we er twee uit voor behandeling. Ten tweede zien we dat, wanneer er gezondheidsproblemen optreden, mensen in armoede zorg uitstellen, waardoor de behandeling ook intensiever – en dus duurder - wordt. Tot slot is de spoeddienst een duurdere vorm van zorg, die in bepaalde gevallen beter kan opgevangen worden door de huisarts, al dan niet via de wachtdienst”, zegt Justaert. Een efficiënter gebruik van gezondheidszorg door patiënten, maakt middelen vrij en komt op die manier iedereen ten goede, vindt CM.

 


Het ziekenfonds doet drie voorstellen om de sociale ongelijkheid in het gebruik van gezondheidszorg weg te werken:

  1. Het belang van de eerstelijnszorg (de huisarts) en preventie (bvb. tandzorg) dient van jongs af onder de aandacht gebracht te worden. CM beveelt aan dat het onderwijs aan deze thema’s aandacht besteedt.
  2. Een verdere automatisering van de rechten voor mensen uit sociale categorieën, zoals de automatische toepassing van de derdebetalersregeling (waarbij de patiënt enkel het remgeld betaalt) en de pro-actieve opsporing van gerechtigden op het Omnio-statuut door de ziekenfondsen versterken via een automatisch signaal van de belastingsadministratie.
  3. Een betere afstemming tussen de huisartsenwachtpost en de spoedgevallendienst van het ziekenhuis met het oog op een optimaler gebruik bij spoedgevallen.

 


 

Reactie Caritas Vlaanderen

Caritas Vlaanderen onderschrijft de drie voorstellen van de Christelijke Mutualiteit, al gaan zij nog een stap verder. “Wij vragen onder meer een maximum voor cash-betalingen in de eerstelijnszorg en bij specialisten. Vanaf een wettelijk vastgelegd bedrag, moet dan gewerkt worden met bancaire betalingen. Daarnaast moet elke patiënt een uitgebreid overzicht krijgen van elke geneeskundige verstrekking”, aldus Thijs Smeyers, Stafmedewerker Armoede in de Zorg. “Ook wij onderschrijven al jaren een geautomatiseerd derdebetalerssyteem. Eenzelfde methode als bij de apotheker, moet mogelijk zijn. Op basis van je SIS-kaart krijg je er als patiënt meteen de juiste prijs. Zo glipt niemand door de mazen van het net.”

Verder blijft Caritas Vlaanderen ijveren voor een betere en patiëntgerichte communicatie. Heldere communicatie die de patiënten op het juiste moment bereikt, kan een hefboom zijn in de armoedebestrijding binnen de zorgsector. Over dit onderwerp werkt de organisatie momenteel aan een publicatie, die aan het einde van dit kalenderjaar moet worden voorgesteld.

 

Het volledige CM-dossier kan je hier downloaden (.pdf).