Stuur ze sneller naar huis! (maar blijf ze begeleiden...)

Na de bevalling van de Britse prinses Kate Middelton, verscheen in de media een oproep van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten. Als Middelton het ziekenhuis een dag na haar bevalling kan verlaten, moeten wij in België onze nieuwe mama's ook sneller naar huis sturen, zo klonk het. Caritas Vlaanderen verklaarde zich bereid na te denken over dit idee. Sneller naar huis betekent voor de ouders immers ook een forse besparing op het ziekenhuisfactuur. Toch plaatsen we bij dit voorstel ook enkele kanttekeningen.

Onvoorstelbaar wat een koningskind kan losmaken, nog voor hijzelf koning is. Niet alleen is het vanaf nu oké om een “na-bevallingsbuik” te tonen – deden we dat vroeger niet dan? – ook de verblijfsduur in het ziekenhuis staat nu ter discussie.

Maar liefst 33 miljoen euro kan er bespaard worden per dag dat net bevallen moeders vroeger naar huis gestuurd worden, aldus dr. Moens op 24 juli jl in verschillende kranten. In tijden van besparingen lijkt dit ook voor Caritas Vlaanderen een efficiënte manier om overheidsgeld beter te besteden. En ook voor patiënten is een snellere terugkeer een grote besparing op het eindfactuur. Vanuit ons standpunt zou deze besparing dan ook toe te juichen zijn: nog steeds worstelen teveel mensen in armoede met de hoge ziekenhuisfacturen.

Toch is een nuancering op zijn plaats. Dr. Moens omschrijft het verblijf in het ziekenhuis als “iets wat medisch niet nodig is en dient om vrienden en familie met een glaasje cava te ontvangen”. Het glaasje cava hoort er voor velen misschien wel bij – toen onze zoon geboren werd kozen wij er bewust voor om in het ziekenhuis géén bezoek te ontvangen – in de eerste dagen staat de nazorg voor de pasgeborene, de moeder én de vader toch centraal.

Ouders vroeger naar huis sturen impliceert dan ook dat je meer en beter investeert in nazorg en ondersteuning aan huis. Voor het aanleren van bepaalde technieken rond baden en verproperen, het ondersteunen van borstvoeding, of het geven van duiding bij allerhande vragen van vader of moeder, is uitgebreide thuiszorg noodzakelijk. Vroedvrouwen aan huis, kraamhulp en gezinszorg zijn facetten van onze gezondheidszorg die uitgebouwd moeten worden. Ook hier zijn kosten aan verbonden, iets waar dr. Moens blijkbaar weinig rekening mee gehouden heeft. Dr. Daniel Devos (Zorgnet Vlaanderen) merkte het in Terzake ook al op: de personeelskosten blijven hierdoor quasi hetzelfde. Minpunt is dat mensen in armoede zelf niet gauw naar een thuiszorgorganisatie stappen. De meest kwetsbaren komen dan weer in verdrukking. Daarom moet vandaag al het beroep doen op vroedvrouwen aan huis gestimuleerd en aangemoedigd worden.

Als Caritas Vlaanderen opteren wij voor een zo goed mogelijke begeleiding van moeder en kind. Wij zijn pas voorstander van het sneller naar huis sturen van pasgeboren kinderen en hun ouders als er goede kraamzorg is aan huis. Met de juiste begeleiding kunnen moeders en vaders in de eigen thuisomgeving sneller ‘hun draai vinden’. Dat de kosten voor de ouders (en de ziekteverzekering) hierdoor zouden dalen, is een positief effect. Althans, zolang dit niet enkel een besparingsoperatie wordt en er daadwerkelijk extra ingezet zal worden op de noodzakelijke thuiszorg.

Thijs Smeyers
Stafmedewerker Armoede in de Zorgsector
Caritas in Belgium | Vlaanderen
Verstuurd als opiniebijdrage op 25 juli 2013

 

 


Reactie van mevrouw Onkelincx, Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

 

Op 21 augustus mochten we een antwoord ontvangen van minister Onkelincx op onze bijdrage. De minister schrijft dat onze bijdrage "de moeite loont om te worden verspreid, omdat zij nuances aanbrengt in het voorstel van dr. Moens". Verder schrijft de minister dat"het verkorten van een opname in het ziekenhuis zonder dat de patiënte kan beschikken over de noodzakelijke medisch-sociale follow-up, op medisch vlak ongehoord is en niet te rijmen met een beleid in volksgezondheid. Bovendien zou dit de sociale ongelijkheid op het vlak van de gezondheid in de hand werken".

Mocht het voorstel van dr. Moens toch ingevoerd worden, garandeert mevrouw Onkelincx ons dat "eerst zou worden gezorgd voor een echte postnatale en familiale, sociaal rechtvaardige en toegankelijke follow-up".