Kansarme kinderen en jongeren hebben grotere kans op begeleiding door jeugdhulp

Vlaamse kinderen en jongeren die opgroeien in een kansarm gezin, hebben tot vier keer meer kans op contact met jeugdhulpverleners dan kinderen en jongeren in een ander gezin. Deze opmerkelijke vaststelling doet Thijs Smeyers, coördinator Politiek en Beleid van Caritas Vlaanderen, in een nieuw boek “Op de barricade. Jeugdhulp tegen gezinsarmoede”.


De hogere kans op contact met jeugdhulpverlening wijst vooral op de meervoudige werking van armoede binnen gezinnen. “Een gezin in armoede wordt daar elke dag opnieuw mee geconfronteerd”, legt Smeyers uit. “Naar de winkel gaan met de rekenmachine in de hand, geen uitstappen, besparen op gezondheidszorg, slechte huisvesting,…”. Maar ook de psychologische gevolgen van armoede zijn niet te onderschatten. En net deze hebben een grote invloed op kinderen en jongeren in deze gezinnen. Ouders staan continu onder stress, hebben een te beperkt eigen netwerk of weten niet meer waar terecht. Die dagelijkse problemen wordt overgezet op de kinderen, hoewel ouders net alles proberen om hun kinderen toch alle kansen te geven.

Daarnaast blijkt dat ouders in kansarme gezinnen moeilijker de stap durven zetten naar jeugdhulp. “Het is wat bizarre paradox: aan de ene kant vinden ze de weg wel, want dat is een verklaring voor de hogere cijfers. Tegelijk is er een groot voorbehoud, door een gebrekkig vertrouwen en vooral uit angst voor de plaatsing van de betrokken kinderen”, vult Smeyers aan. Eens jongeren begeleid worden door jeugdhulpverleners, zijn ouders bijzonder tevreden en gelukkig met deze begeleiding.

Uit onderzoek, uitgevoerd door de Katholieke Universiteit Leuven in opdracht van Caritas Vlaanderen, blijkt ook dat jeugdhulpverleners vaak eerst de problemen van de gezinnen aanpakken, vooraleer ze kunnen werken aan de problemen rond de jongere. Zo helpt meer dan 60 % de ouders met hun administratief werk en geeft één op de twee jeugdhulpverleners aan dat zij zelf op zoek gaan naar betaalbare en kwaliteitsvolle huisvesting.

“Op zich is dat natuurlijk een goede zaak: jeugdhulpverleners benaderen het gezin integraal en tackelen eerst de problemen die geleid hebben tot de feiten waarvoor zij in het gezin gebracht worden. Anderzijds zien we dat deze jeugdhulpverleners vaak slechts symptoombestrijding doen, zonder dat ze de onderliggende oorzaken kunnen aanpakken. Ze herkennen die oorzaken wel, zoals een te laag inkomen of schulden, maar zelf kunnen zij daar niet rond werken. Wat logisch is, ze zijn in de eerste plaats jeugdhulpverleners”.

Smeyers: “Wat we nodig hebben zijn sterke casemanagers of trajectbegeleiders die gezinnen in kansarmoede op alle vlakken opvolgen en begeleiden. We zien dat er vandaag weinig tot geen overleg is tussen de vele zorg- en dienstverleners die in of rond een gezin actief zijn. De casemanagers moeten dit overleg met alle betrokken mensen stroomlijnen en aansturen, zodat armoede binnen deze kwetsbare gezinnen integraal en grondig kan aangepakt worden.”

De overheid moet tegelijk sterker in zetten op het beeld van jeugdhulpverlening. Om mensen in kansarmoede sneller toenadering tot jeugdhulp te laten zoeken, moet het beeld van jeugdhulp als instantie die de kinderen komt weghalen er uit. Nog sterker inzetten op gezins- en opvoedingsondersteuning, helpt dan weer om het aantal jongeren dat de stap naar jeugdhulp zet te verkleinen. Tot slot moeten we er resoluut voor kiezen om de gezinnen in hun volledigheid centraal te stellen in elke vorm van begeleiding.

“Maar, zorgen voor een voldoende hoog inkomen, betaalbare energie en water en toegankelijk onderwijs zijn en blijven natuurlijk belangrijke hefbomen om de armoedeproblematiek zelf aan te pakken”, besluit Smeyers.

 

 


 

Enkele cijfers:

-  35% van de kinderen en jongeren in jeugdhulp leeft in gekende situatie van kansarmoede

-  Kinderen en jongeren in een kansarm gezin hebben 4 keer meer kans op begeleiding vanuit jeugdhulpverlening

-  60% van de Vlaamse jeugdhulpverleners wijzen op psychische problemen als risicofactor van armoede

-  Eén op de drie Vlaamse jeugdhulpverleners benadrukt dat mensen in armoede ondersteunen niet tot het takenpakket behoort

-  60% van de Vlaamse jeugdhulpverleners verwijst mensen in kansarmoede door naar andere actoren

-  Eén op de tien jeugdhulpverleners ziet armoedebestrijding als onderdeel van de job

-  64% van de Vlaamse jeugdhulpverleners helpt gezinnen met het aanpakken van papierwerk

-  Eén op de twee jeugdhulpverleners zoekt zelf actief naar kwaliteitsvolle en betaalbare huisvesting

 

 


 

 

Meer informatie over het boek: caritas.be/opdebarricade.