De kinderbijslag is géén krachtig instrument tegen gezinsarmoede

©DM / Pieter Van Eenoge

In de discussie over de manier waarop onze kinderbijslag moet worden vormgegeven (DM 17/3), wordt te vaak een verkeerd uitgangspunt gehanteerd. De kinderbijslag is géén sociale correctie die gezinsarmoede even moet oplossen.

De kinderbijslag zoals we hem vandaag kennen, is in het leven geroepen om gezinnen een duw in de rug te geven bij de opvoeding van hun kinderen. En dat is goed. We hopen als samenleving dat de talenten van onze kinderen beter zullen ontwikkelen door bij te dragen aan de kosten van de opvoeding, zoals Bart Eeckhout het in zijn bijdrage verwoordde (DM 17/3). De kinderbijslag werkt dan al responsabiliserend: wij geven jou als samenleving een bijdrage, maar hopen dat jij ze gebruikt opdat jouw zoon of dochter opnieuw met al zijn of haar talenten zal bijdragen aan onze samenleving.

De kinderbijslag hanteert op die manier een horizontale logica: er wordt geschoven van kindarme naar kindrijke gezinnen. Niet om het krijgen van kinderen te stimuleren, wel omdat kinderen de toekomst van onze samenleving zijn.

Tegelijk kan de kinderbijslag een instrument zijn in armoedebestrijding, hetzij slechts beperkt. Dit is de verticale logica: we geven gezinnen die het meer nodig hebben de middelen om de toekomst van hun kinderen veilig te stellen. Dat doen we niet via de bijdrage zelf, maar via sociale toeslagen die we koppelen aan de kinderbijslag.

Opschuiven naar meer ruimte voor sociale toeslagen op basis van selectiviteit is noodzakelijk, maar daarom niet eenvoudig. En net daar knelt de schoen.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) adviseert om meer selectiviteit op basis van inkomen te hanteren. N-VA houdt voet bij stuk voor een universele kinderbijslag. CD&V pleit, in het midden, voor een mix tussen universaliteit en selectiviteit.

Beperkt inzetten waar nodig, met behoud van het noodzakelijk draagvlak, is zinvol. Maar, tot op vandaag is er geen enkel eenduidig instrument om selectiviteit - in het kader van om het even welke toeslag of correctie - te benaderen. Wanneer we selectiviteit op basis van inkomen willen berekenen, moeten we het eerst eens raken over de manier waarop we dat inkomen bekijken. Hanteren we bijvoorbeeld het bruto belastbaar inkomen, aangevuld met inkomen uit onroerende goederen? Of bepalen we het inkomen op een andere manier?

Misschien is het tijd dat we werk maken van een uniforme inkomensdefinitie, in plaats van telkens opnieuw inkomen op een andere manier te omschrijven. Die definitie zou verdere rechtenautomatisatie sterk vergemakkelijken.

Eens we 'inkomen' bepaald hebben, zitten we met een volgend probleem. Hoe halen we de meest accurate data binnen? Kijken we naar het aanslagbiljet? Dit is twee jaar oud op het moment dat dit bekeken wordt. Ouders in kansarmoede zijn net dé groep zonder regelmatig werk. Zij hoppen van (flexi)job naar (flexi)job, wisselen deeltijds werk en voltijds werk af.

Maken we de ouders zelf verantwoordelijk voor het binnenbrengen van de juiste data? Dat is vragen om een nieuwe niet-opname van rechten. Wanneer ouders elke keer opnieuw moeten aangeven welk inkomen zij de komende drie dagen hebben, laten ze dit alweer snel vallen, waardoor de sociale toeslag opnieuw verdwijnt.

Of werken we, naar Nederlands model, met voorschotten? Voorschotten die we nadien ook moeten terugvorderen wanneer de ouder een verkeerde inschatting gemaakt heeft. Waarbij we plots aan gezinnen duizenden euro's moeten terugvragen. Lijkt ook niet de beste werkwijze te zijn.

De kinderbijslag is - laat dat duidelijk wezen - géén krachtig instrument tegen gezinsarmoede. Zet dus in op een brede, universele sokkel en werk op basis van inkomensselectiviteit beperkte sociale toeslagen uit. Zo maken we de kleinste fouten, bereiken we de meeste gezinnen én houden we het maatschappelijk draagvlak voor de kinderbijslag.

Willen we armoede in gezinnen aanpakken, laat ons dan wel inzetten op betaalbare huisvesting, betaalbare nutsvoorzieningen, betaalbaar onderwijs en op een voldoende hoog inkomen door het verhogen van laagste inkomens en uitkeringen of door een verhoging van de belastingvrije som bij gezinnen met een laag inkomen. Want dat en enkel dat is armoede structureel aanpakken.

 

Thijs Smeyers
Stafmedewerker Armoede & Sociaal Beleid
Verschenen als opiniebijdrage in De Morgen op 18/03/2016