Arme mensen mogen minder en moeten vooral meer

Terechte verontwaardiging bij Patrick Loobuyck gisteren in De Standaard (dS, 08/05/2017). Naar aanleiding van de minnelijke schikking die arts Stefaan Van Gool kon afsluiten, refereert Loobuyck aan Michael Sandel, filosoof aan Harvard University: “Hoe groot het verschil in rijkdom ook is, in de samenleving moeten mensen als gelijken met elkaar kunnen omgaan”. Wie arm is mag vandaag veel minder dan wie geld heeft. Hij moet vooral meer.

Denk er maar even over na. In tijden waarin gezond eten en drinken alomtegenwoordige thema’s zijn, vinden we dat wie ongezond leeft daar maar een prijs voor moet betalen. Een prijs meteen aan de kassa (via een suikertaks) of een prijs via de gezondheidszorg (een lagere terugbetaling voor medische kosten). Wie geld heeft kan zich zo veroorloven ongezond te leven, wie geen geld heeft speelt meteen ook zijn of haar kans op een ongezond leven kwijt.

Klinkt bizar als je het zo stelt, maar waarom zou de één meer recht hebben op een ongezonder leven dan de ander? Waarom mag de één wel cola drinken en de ander niet? Misschien krijgen we binnenkort een app die het gedrag van mensen in kansarmoede zo wil sturen, dat de fiscus per bezoek aan McDonalds, Quick of Burger King een hogere aanslagvoet zal hanteren. Voor wie geld heeft, geen probleem. Wie arm is moet zich houden aan een uitgebalanceerd dieet.

Niet alleen rond voeding en gezondheid, maar overal in onze samenleving zie je een bizarre opdeling die geld hanteert als grens tussen wel en niet. Komt iemand te laat op een vergadering, dan wordt al lachend opgemerkt dat het geen kwaad kan omdat het ‘academisch kwartiertje’ nog bezig is. Komt iemand tien minuten te laat op een verplichte opleiding, dan wordt hij of zij uit de cursus gezet en wordt het leefloon een maand geschorst.

Iemand die het moeilijk heeft de touwtjes aan elkaar te knopen, die moet vooral veel meer. Hij of zij moet twee keer per maand op gesprek met een sociaal werker. Moet een opleidingscursus volgen. Moet bewijzen verzamelen van sollicitaties. Moet stoppen met roken. Moet geslaagd zijn op de hogeschool. Moet vrijwilligerswerk zoeken. Moet, moet, moet.

Niet dat we als maatschappij niets mogen terug verwachten voor het (veel te lage) leefloon of de (veel te lage) uitkering. En in sommige gevallen hebben de ‘moeten’s’ ook hun nut, net omdat ze dat duwtje in de rug geven. Maar wat met de keuzevrijheid die mensen, ook ‘kanszoekende’ mensen, hebben? Hebben zij inspraak in wat zij moeten en mogen? Of moeten ze gewoon aanvaarden wat gezegd wordt, omdat ze anders hun uitkering verliezen, meer moeten betalen of minder terug krijgen?

Patrick Loobuyck waarschuwde gisteren voor het risico op klassenjustitie. Maar marktwerking in andere maatschappelijke domeinen is vandaag al een realiteit. En het is vandaag al nefast voor de democratische samenleving. Maar kunnen we de klok nog terugdraaien? Gunnen we mensen die het minder breed hebben hun keuzevrijheid – ook als hun keuzes niet stroken met ons ideaalbeeld?

 

Thijs Smeyers
Coördinator Politiek & Beleid
Caritas Vlaanderen

Verschenen als opiniebijdrage in De Standaard op 09/05/2017