1 op 13 OCMW-cliënten dakloos, lokale besturen moeten verantwoordelijkheid nemen

In het kader van de MEHOBEL-studie werd verkennend onderzoek uitgevoerd naar verborgen dak- en thuisloosheid in Vlaanderen. Caritas vindt die resultaten alarmerend. Vooral lokale besturen spelen hun rol nog te weinig, vaak omwille van een gebrek aan kennis.

Het MEHOBEL-onderzoek focust zich in de eerste plaats op het zoeken naar een juiste manier om dak- en thuisloosheid te meten en te monitoren. De onderzoekers doen daarvoor een beroep op literatuur en ervaringen in het buitenland. Tegelijk deden ze een verkennend onderzoek, op basis van hun bevindingen. Vooral rond verborgen dak- en thuisloosheid zijn net die resultaten alarmerend.

De onderzoekers bevroegen verschillende Vlaamse OCMW’s, in stedelijke en in rurale context. Gemiddeld blijkt 1 op de 13 OCMW-cliënten in een situatie van dak- en thuisloosheid te verkeren. Ook in een rurale context ligt dit aantal tussen de 6% en 8%. Vaak gaat het om verborgen dak- en thuisloosheid. Iets meer dan de helft van de OCMW-cliënten die dak- en thuisloos zijn, zit in die situatie.

Opvallend is ook dat sociaal werkers verbonden aan de OCMW’s deze situaties te weinig herkennen. Uit het onderzoek blijkt dat de definitie die sociaal werkers hanteren vaak verengd is tot dakloze mensen die buiten moeten overnachten. De bevraagde sociaal werkers zijn verbaasd dat zoveel van hun cliënten dak- en thuisloos zijn. Dat is problematisch, want zo wordt hen niet de zorg geboden die ze nodig hebben.

 

Opvang in eigen netwerk, goed plan?

Vanuit dat denken vragen sociaal werkers nog regelmatig aan mensen die dakloos zijn of ze een onderkomen kunnen vinden bij familie of vrienden, blijkt uit het onderzoek. De praktijk bevestigt hier het onderzoek, Caritas hoort dit regelmatig bij mensen die op zoek zijn naar een oplossing. Jammer genoeg is dit vaak omdat er vanuit het lokale bestuur geen alternatief voorhanden is.

Maar overnachten bij familie of vrienden is niet altijd een goed idee. Je hebt geen echte thuis, voelt je nooit echt helemaal welkom, hebt zelf geen privé meer of je kan niet helemaal jezelf meer zijn. Bovendien komt de relatie met de vrienden of familie waar je tijdelijk terecht kan, ook onder druk te staan. Bij wie in verborgen dakloosheid komt, worden de problemen die geleid hebben tot de situatie waar iemand in zit ook maar zelden aangepakt. Er is geen opvolging meer vanuit welzijnswerkers, waardoor deze groep nog maar moeilijk bereikt wordt.

Lokale besturen hebben een grote verantwoordelijkheid, maar nemen die nog te weinig, stelt Caritas. Er zijn nog te weinig lokale opvangmogelijkheden voor mensen in een noodsituatie. De plaatsen die er zijn, worden vaak beschikbaar gehouden voor in gevallen van dakloosheid na een brand of overstromingen. Tegelijk heeft niemand echt zicht op de beschikbare plaatsen binnen een bepaalde regio.

Oplossingen

 Om het aanbod van tijdelijke huisvesting in kaart te brengen en op elkaar af te stemmen, vraagt Caritas een algemene database voor noodwoningen. Met die database kan een sociaal werker snel na gaan waar en hoe lang er een plaats in het opvangnetwerk beschikbaar is wanneer er een dringende vraag is. Vandaag wordt op die crisismomenten een bel-rondje gehouden, wat niet efficiënt is.

Met de lokale verkiezingen in aantocht, hoopt Caritas op meer aandacht van de lokale besturen. We willen in heel Vlaanderen lokale of regionale actieplannen dak- en thuisloosheid, met extra aandacht voor verborgen dak- en thuisloosheid. Met dat actieplan breng je de moeilijkheden in kaart en kan je bekijken waar je als lokaal bestuur extra op in moet zetten.

Daarnaast moet elke gemeente beschikken over minstens één goed ingerichte noodwoning waar dak- en thuislozen tijdelijk in terecht kunnen. Die noodwoningen zijn nodig en ontbreken vandaag nog te vaak, vooral in een landelijke omgeving. Of, als er woningen zijn worden de regels te strikt gehanteerd, mogen mensen er enkel in na bijvoorbeeld een brand of pas wanneer hun eigen sociaal netwerk hen niet kan opvangen. Dat is niet oké. De MEHOBEL-studie toont aan dat zelfs in landelijke omgevingen mensen dak- en thuisloos zijn. Wel, ook die lokale besturen moeten hun verantwoordelijkheid nemen en deze mensen helpen om hun leven opnieuw op te nemen.