Een toegankelijke gezondheidszorg

Onze Vlaamse zorg- en welzijnssector, is niet voor iedereen even vlot toegankelijk. Willen we dit probleem aanpakken, is het noodzakelijk de verschillende oorzaken van deze gebrekkige toegankelijkheid te kennen en kunnen onderscheiden. Algemeen worden de drempels van onze zorg ondergebracht in vijf clusters: (1) het financiële aspect, (2) administratieve obstakels, (3) culturele en psycho-sociale obstakels, (4) obstakels gelieerd aan sociale controle en (5) praktische obstakels. Hieronder geven we een samenvatting van een artikel dat verscheen in de Caritas Nieuwsbrief 64. Je kan het volledige artikel via deze link downloaden (.pdf).


Financieel

Ziek zijn kost je handenvol geld. Vooral bij langdurige of chronische ziekte of bij een hospitalisatie, lopen de kosten al gauw hoog op. Welzijnszorg stelde in 2008 vast dat meer dan 100.000 mensen, omwille van een chronische ziekte, in armoede leven.

Mensen met een lager inkomen geven in verhouding meer uit aan gezondheid en welzijn dan mensen met een hoger inkomen. Dit klinkt dan wel als een boude uitspraak, ze wordt wel degelijk gestaafd met cijfers uit de Nationale Gezondheidsenquête (2008). Ook al geeft iemand in Vlaanderen met een inkomen onder de € 750 slechts gemiddeld € 103 uit aan gezondheidszorg, toch is dit nog steeds 13,7% van het totale inkomen. Ter vergelijking: iemand met een inkomen van € 1600 geeft per maand gemiddeld € 135 uit aan gezondheidszorg, wat overeen komt met 8,4% van het inkomen. Hieruit kunnen we afleiden dat iemand met een lager inkomen minder uitgeeft aan gezondheidszorg, terwijl deze kosten wel zwaarder doorwegen. Mocht de persoon met een laag inkomen evenveel spenderen als de persoon met een gemiddeld inkomen, dan zou dit overeen komen met ongeveer 18% van het maandelijkse inkomen, wat aanzienlijk meer is dan de 8,4% tegenover een gemiddeld loon.

De zware financiële last van een degelijke gezondheidszorg, is zeker de hoofdoorzaak van de moeilijk toegankelijke zorg in Vlaanderen. Daarbij komt dat men er maar niet lijkt in te slagen oplossingen te vinden die net deze probleemgroep vooruit helpen.

 

Administratief

Het is voor ieder van ons een uitdaging om in orde te zijn met administratieve zaken zoals verzekeringen, papieren voor het ziekenfonds, bijzondere statuten,… Voor mensen in armoede zijn deze formaliteiten vaak nog minder evident. Zo moet je om te weten hoe bepaalde procedures of systemen werken, in de eerste plaats al een bepaalde taal, Nederlands en/of Frans, machtig zijn. En zelfs wanneer dit het geval is, blijft er een verschil tussen normale spreektaal en woorden en termen die in een gezondheidscontext gebruikt worden. Ook voor zorgverleners is het contact niet altijd eenvoudig. Zo blijkt dat mensen uit lagere sociale klassen minder uitleg krijgen bij een arts en dat zij hen ook minder vragen stellen. Zorgverleners hebben het vaak ook moeilijk met de het soms luide en directe taalgebruik van sommige patiënten. Er is met andere woorden duidelijk een verschil in stijl en gewoonten.

 

Cultureel en psycho-sociaal

Ook in gedragingen is er een verschil. Culturele obstakels manifesteren zich vooral als een verschillend normen- en waardenpakket. Zo zijn er de herkenbare voorbeelden van bloedtransfusies, verzorging of verpleging van een vrouwelijke patiënt door een man of het gebrek aan vertrouwen in een vrouwelijke hulpverlener. Eveneens cultureel bepaald is het (gebrek aan) vertrouwen in onze westerse geneeskunde en medicijnen. Hoe goedkoop de zorg ook is, zonder vertrouwen in die zorg en de verleners ervan zullen sommigen de stap naar een zorgverlener of zorginstelling niet zetten

Alle mensen hebben echter, ondanks culturele of sociale verschillen, een zeker respect voor hun eigen lichaam. Gevoelens van schaamte of de angst om beoordeeld te worden op het uiterlijk, zijn dan ook niet vreemd wanneer iemand zonder mogelijkheden om zichzelf te verzorgen, zich moet presenteren aan een arts of verpleegkundige. Vanuit een zeker zelfrespect wil iemand die vuil is en zich al een hele tijd niet heeft kunnen wassen, niet op deze manier toekomen voor een lichamelijk onderzoek.

Deze schaamte voor het eigen lichaam en de manier waarop met dit lichaam omgegaan wordt, maakt ook preventie bijzonder moeilijk. Te vaak schenken mensen met financiële problemen pas wanneer een ziekte zich manifesteert en de stap naar de arts gezet zou moeten worden, aandacht aan hun lichaam. Uiteraard hangt dit ook samen met het eerder beschreven verschil in normenpatroon. Nochtans is preventie net vooral bij deze mensen van groot belang, zodat ze in geval van ziekte niet meteen met grote kosten opgezadeld worden.

 

Sociale controle

Tot slot zijn er ook belemmeringen die gevormd worden door de bezorgde maatschappij of overheid: obstakels van sociale controle. Uit angst voor inmenging van de overheid of de maatschappij in het persoonlijke leven, gaande van verplichte plaatsing, over gerechtelijke inmenging tot het afnemen van kinderen, wordt elk contact met sociale diensten zorgvuldig vermeden.

 

Praktische obstakels

Een vaak voorkomend praktisch struikelblok is de bereikbaarheid van gezondheidsinstellingen. Mensen die met weinig moeten rondkomen, hebben vaak geen eigen vervoermiddelen en zijn daarom afhankelijk van het openbaar vervoer. Betaalbaar openbaar vervoer overigens, wat niet altijd het geval is wanneer een ziekenhuis zich ettelijke zones buiten het stadscentrum bevindt. Ook bij de eerstelijnshulp zien we dit probleem. Wanneer je tandarts drie dorpen verder op woont en je na je dagtaak de fiets op moet, raak je er eenvoudigweg niet op tijd.