BLOG: Grieks drama in (te) veel bedrijven

Er komt dus – althans voorlopig en in de voorwaardelijke wijze – geen Grexit.

Het gebricoleerde compromis, net voor de deadline - Europa op z’n best – was echter geen eindplus, enkel het begin. De saga gaat verder. Week na week, pakket na pakket, komen er nieuwe verplichtingen of hervormingen bij, die daarbij door een grote meerderheid in het Griekse parlement gelaten worden goedgekeurd. Voor de reeds kapot bespaarde Griekse economie wordt dit een zeer zware dobber, maar allicht nog net verkiesbaar boven de abyss van een Nieuwe Drachme in vrije val.

Dat internationaal befaamde economen grote vraagtekens plaatsen bij deze operatie, snijdt echter geen hout in een grotendeels politieke discussie, waarbij politici op het thuisfront moeten gaan uitleggen dat vb. een haircut van 25 % op de uitstaande schuld van Griekenland voor België bv. zou betekenen dat de begrotingscontrole niet naar 1,7 miljoen op zoek moest, maar naar het dubbele... En in een aantal landen is bovendien een expliciete instemming van het parlement nodig. Men ziet de bui dus hangen. Zoals in zovele Europese debatten heeft iedereen zijn eigen kleine gelijk, en betaalt de arme onderkant van de samenleving het gelag.

Vandaar de hoogdringendheid om in te zien dat het Europese huis nog steeds een vluchtige prefab constructie is, waar zonder naar de funderingen te kijken, bijgebouwen worden opgetrokken volgens de luim van de dag.

Van een politiek project, gebaseerd op vrede door samenwerking, evolueerde de EGKS al snel naar een Europese Economische Gemeenschap, gericht op het bewerkstelligen van een Europese vrije markt. De sociale dimensie was daarbij nauwelijks van tel, want grotendeels irrelevant.

Dat de Europese Unie in eerste instantie een economisch construct is, betekent echter nog niet dat politici noodzakelijkerwijze rekening houden met economische premissen. De uitbreiding van de Unie van 15 naar 25, dan 27 en tenslotte 28 leden, was vooral een politieke opportuniteit na de val van de muur. Dat de heterogeniteit van de nieuwe lidstaten dermate groot was, en de vereiste aanvaarding van het ‘Acquis Communautaire’ ruim onvoldoende, was op dat moment niet aan de orde. Dat de organisatie van de Unie niet voorbereid was om met 28 partners te werken, al evenmin. Historische opportuniteiten laat je immers niet voorbijgaan.

De invoering van de euro – een eenheidsmunt zonder politieke unie, zonder gemeenschappelijk economisch beleid en zonder gemeenschappelijk sociaal vangnet – was een gelijkaardig staaltje van politiek vakwerk. In tijden van hoogconjunctuur goed voor een economische boost, maar minder robuust als bij crisissen sommige landen kiezen voor soberheid en andere voor deficit spending, waarbij het omzeilen van minimale Europese normen in eigen land als een pluspunt wordt gezien. En de politieke verantwoording wordt lokaal afgelegd, niet Europees…

Kortom: de huidige Griekse crisis is zeker niet de laatste. De grote politieke vrije ruimte, met de verregaande autonomie van nationale staten die alleen aan hun eigen kiezers verantwoording verschuldigd zijn, maakt dat wisselende economische ontwikkelingen ook in de toekomst voor crisissen zullen blijven zorgen, met speculaties over een Pexit, Cyprexit, Spexit of Italexit als gevolg.

Het wordt hoog tijd dat het politieke project van één Europa, met een monetaire, sociale en economische dimensie terug de bovenhand haalt, en waarbij wat ons bindt centraal mag staan. Het is ook en vooral een zaak van identificatie met de Europese zaak: vrede en solidariteit zijn zo’n verbindende factoren, een 2%-verhoging van het BNP zal dat nooit zijn…

 

Dominic Verhoeven
Directeur Caritas Vlaanderen