Jonge daklozen komen niet altijd uit kwetsbaar gezin

Op de Caritas-studiedag Over de Muur interviewde Lisa Develtere (Sociaal.net) de Deense onderzoeker Lars Benjaminsen. Zijn onderzoek is ook voor ons land een belangrijke leidraad. Het aantal jongeren in dak- en thuisloosheid blijft stijgen, maar exacte cijfers zijn er niet. Opvallend is dat de helft van hen niet uit een kwetsbaar gezin komt. Andere factoren blijken belangrijke triggers voor dak- en thuisloosheid.


“Dakloosheid is in het algemeen toegenomen, maar bij jongeren is de stijging opvallend sterk,” vertelt de Deense onderzoeker Lars Benjaminsen aan Lisa Develtere (Sociaal.net). “Het is een ontwikkeling die we in veel landen zien. Vooral kwetsbare jongeren zijn slachtoffer van negatieve structurele ontwikkelingen in onze samenleving.”

 

Sofa-slapen

Belangrijk daarbij is dat niet elke dakloze jongere in een treinstation of park overnacht - het beeld dat we vaak hebben van daklozen. Jongeren komen ook vaak op de zetel bij vrienden terecht, wat hen niet dakloos maar wel thuisloos maakt. Maar liefst de helft van de Deense daklozen tussen 18 en 24 jaar zijn sofaslapers, terwijl dit bij het totaal aantal daklozen ruim een derde is.

“Dit sofaslapen is vaak niet lang vol te houden,” weet Benjaminsen. “De relatie met de familie of vrienden waar ze logeren, komt vaak onder druk te staan. Daardoor trekken ze van de ene naar de andere sofa. Soms duiken ze uiteindelijk op bij de daklozenopvang.”

 

Factoren

De oorzaken van dak- en thuisloosheid bij jongeren blijven divers te zijn. Iets minder dan de helft van de dakloze jongeren komt uit een sociaal kwetsbaar gezin. Hun ouders hebben vaak psychische of verslavingsproblemen en de meesten zijn werkloos. De jongeren werden tijdens hun kindertijd vaak opgevangen in een pleeggezin en stopten vroegtijdig met school.

De tweede groep van jonge gebruikers van daklozenopvang, ruim de helft, hebben een veel bredere sociale achtergrond. Hun ouders hebben doorgaans werk en kampen zelden met psychische of verslavingsproblemen. Als jongvolwassene werden ze dakloos, ook al wees niets in hun familiale achtergrond erop dat ze zware sociale problemen zouden ontwikkelen. “Dit vonden we zeer verrassend,” vertelt Benjaminsen aan Lisa Develtere.

“De les die we uit dit onderzoek moeten trekken is dat we ons hier bewust van moeten zijn. We mogen niet enkel aandacht hebben voor jongeren met een kwetsbare achtergrond, die vaak in contact zijn met de jeugdhulp. Zij maken slechts de helft uit van de jongeren die opduiken bij de daklozenopvang.”

 

Dakloosheid bij jongeren in Vlaanderen

In België of Vlaanderen hebben we geen exacte cijfers rond de evolutie van dakloosheid. De laatste cijfers dateren intussen van de Nulmeting dak- en thuisloosheid uit 2014. "Nieuw onderzoek dat ons in staat stelt om een evolutie sinds 2014 te kunnen schetsen is dringend nodig," stelt Thijs Smeyers (Caritas Vlaanderen). "We kregen vanuit de hulpverlening wel verschillende signalen over het stijgend aantal dak- en thuisloze jongeren. Maar zonder nieuw onderzoek en nieuwe cijfers, lijkt niemand die signalen ernstig te nemen. Politiek blijft het stil."

"Wat we weten is dat net geen 10% van de Belgische jongeren bijvoorbeeld teveel uit geeft aan huisvesting in verhouding tot hun inkomsten. Bij jongeren in een armoedesituatie loopt dit op tot 35%. Daarnaast neemt ook jeugdwerkloosheid toe, stijgt armoede bij jongeren en doen meer jongeren dan ooit een beroep op het leefloon. Dat meer en meer kinderen en jongeren verzeild raken in dak- en thuisloosheid verwondert ons niet."

 

Geen kinderen op straat

Oplossingen liggen volgens Caritas Vlaanderen binnen verschillende beleidsdomeinen. "Natuurlijk is en blijft er een tekort aan geschikte sociale woningen. Er worden er bijgebouwd, wat goed is, maar een uitbreiding van het sociaal objectief lijkt ons nodig. Daarnaast moet een onmiddellijke en automatische toekenning van de Vlaamse huurpremie vermijden dat mensen die op de wachtlijst voor een sociale woning staan in tussentijd geen woning kunnen huren."

Caritas Vlaanderen pleit ook voor een snellere begeleiding van huurders wanneer uithuiszetting dreigt. "Die begeleiding moet sneller opgestart kunnen worden. We moeten verhuurders ertoe aanzetten om nog sneller hulp in te schakelen wanneer het fout dreigt te lopen," stelt Smeyers. "Tegelijk vragen we van hen ook flexibiliteit: een gezin met kinderen op straat zetten zolang er geen oplossing is moet verboden worden. Die oplossing moet in de eerste plaats gericht zijn op de kinderen van die gezinnen. Daarom moet ze duurzaam zijn en in de omgeving van de woonplaats liggen."

"Om dat mogelijk te maken, pleiten we voor een actieplan dak- en thuisloosheid in elke Vlaamse gemeente. Eén database die het volledig aanbod van al dan niet tijdelijke huisvesting in kaart brengt, moet sociale diensten ook in staat stellen snelle oplossingen te bieden. Als het in andere Europese landen kan, moet dat bij ons ook lukken."

 

 


 

Je leest hier het volledige interview van Lisa Develtere met Lars Benjaminsen via Sociaal.net.

Het Caritas-rapport Over de Muur, met goede praktijken en beleidsaanbevelingen vind je hier terug.